Begeleide omgang

Naar schatting zijn er jaarlijks in Nederland 70 duizend minderjarige thuiswonende kinderen betrokken bij een scheiding van hun ouders (CBS, 2008). In veel gevallen komen ouders -soms met wat hulp- samen tot goede afspraken over hun voortgezette ouderschap na scheiding, welke zij vastleggen in een ouderschapsplan. Met enige regelmaat echter komt het voor dat de bezoekregeling een probleem is. Oorzaken hiervoor kunnen bijvoorbeeld liggen in ervaringen met elkaar (gezinsgebeurtenissen), een gebrek aan vertrouwen in elkaar als ouders, een ernstig verstoorde communicatie en interactie of emoties als verdriet, boosheid en wrok. Ouders komen er dan samen niet uit en het kind ziet één van de ouders als gevolg daarvan weinig of niet.

Als een kind vanwege een scheidingssituatie (soms tijdelijk) één van zijn ouders niet kan of wil zien is dat voor zowel het kind als de betreffende ouder een ingrijpende en ongewenste situatie. Het is voor een evenwichtige uitgroei naar volwassenheid voor een kind van belang dat het een prettig contact kan onderhouden met zijn beide ouders. Zo is het ook in de meeste gevallen van belang dat het verstoorde contact met zijn niet-verzorgende ouder zo snel mogelijk gaat worden hersteld, mits hiermee de ontwikkeling van het kind niet wordt bedreigd.

Als ouders het, om welke reden ook, niet eens kunnen worden over een (passende) bezoekregeling, en het kind zijn niet-verzorgende ouder niet wil of kan zien, kan All in the family een oplossing bieden om het contact tussen kind en ouder te herstellen en mogelijke ontwikkelingsproblemen bij het kind (verder) af te wenden. All in the family kan een veilige, neutrale plek voor kinderen bieden om na een (echt)scheiding de andere ouder te ontmoeten zonder dat de ouders elkaar noodzakelijk hoeven tegen te komen. Het kind kan zo contact met zijn ouder hebben in aanwezigheid van een deskundige, ervaren hulpverlener (de zogenaamde ‘omgangscoach’) die veiligheid biedt door haar aanwezigheid en observeert hoe de ouder en het kind zich tot elkaar verhouden. De omgangscoach heeft een belangrijke rol in het wegnemen van angst van een ouder voor (verwacht of vermeend) onjuist gedrag van de andere ouder. Tevens heeft de omgangscoach de belangrijke rol van vertrouwenspersoon voor het kind, dat met zijn of haar zorgen, wensen en vragen bij haar terecht kan.
De omgangscoach waarborgt mede dat de zorg voor het kind efficiënt en deskundig wordt geboden. Deze hulpverlener voert regelmatig evaluatiegesprekken met de beide ouders.

Doelstelling

All in the family stelt zich met het begeleiden van kindcontacten met de niet-verzorgende ouder tot doel om de ouders weer samen het ouderschap te laten vormgeven. Daartoe zullen de beide ouders zich, voorafgaand aan het traject van hun kind, moeten committeren om in gezamenlijke gesprekken toe te werken naar samenwerking: een verbeterde communicatie en interactie moet leiden tot herstel van vertrouwen in elkaar als liefhebbende en zorgzame ouders die afspraken kunnen maken over de invulling van hun gezamenlijke ouderschap in de toekomst. De ouders kunnen hun afspraken, samen met de hulpverlener van All in the family, vastleggen in een (nieuw) ouderschapsplan. Bij een positief verlopend proces zullen zowel het kind als zijn of haar beide ouders een toegenomen welbevinden gaan ervaren omdat zij zich tot elkaar weten te verhouden op een prettige, constructieve en ontspannen wijze.

Werkwijze

Als ouders het eens zijn over begeleid contact van hun kind met de niet-verzorgende ouder bij All in the family melden zij zichzelf en hun kind aan via het contactformulier, waarna eerst een intakegesprek volgt, de hulpvraag in kaart wordt gebracht en afspraken over begeleide omgang worden gemaakt. Hierna zal voor het kind eerst een kennismakingsgesprek worden ingepland met de omgangscoach.  Een aanmelding kan ook geschieden door tussenkomst van een gezinsvoogd, op advies van advocaten of op voorspraak van de rechter.

De verzorgende ouder brengt het kind een kwartier voor het omgangscontact naar de praktijk van All in the family, waar het kind wordt opgevangen door de omgangscoach. De verzorgende ouder neemt afscheid van het kind en het kind blijft bij de coach, waar het de omgang gaat voorbereiden. De positieve aspecten van de vorige omgang worden besproken en het kind stelt zijn of haar vragen of maakt zijn of haar wensen kenbaar. Daarna volgt het contact met de niet-verzorgende ouder. Het contact kan, afhankelijk van de hulpvraag en het doel, maximaal twee uren in beslag nemen. Ook kan een begeleid contact, indien gewenst, langzaam in tijdsduur worden uitgebreid. Als het contact is beëindigd blijft het kind nog een kwartier bij de coach vóórdat het wordt opgehaald door de verzorgende ouder. In dit kwartier wordt het kind de gelegenheid geboden te reflecteren over het contact, ervaringen en emoties te delen en gebeurtenissen te evalueren met de neutrale persoon van de omgangscoach. Een begeleid contact duurt voor een kind dus altijd (minstens) een half uur langer dan voor de ouder.

Kosten
Omgangsbegeleiding in het omgangshuis wordt niet door zorgverzekeraars vergoed.